Archive | March, 2011

Bij voorkeur vriendelijk glimlachend

24 Mar

Het gevoel schuld te hebben helpt niet mee in mijn behoefte iets voor anderen te betekenen. Dat is namelijk wat ik wil. Een betekenisvol leven hebben en niet alleen voor mijzelf. Ik wil er ook zijn voor anderen. Mijn bestaan moet zin hebben, ook voor anderen.

Nou maakt mijn grote lichamelijke afhankelijkheid het er niet eenvoudiger op om iets te kunnen geven. Ik moet overal bij worden geholpen. Opstaan, wassen, aankleden, eten, noem maar op. Zij die mij daarbij helpen, doen dat vol toewijding. Zonder nederig te zijn, probeer ik altijd mijn dankbaarheid te tonen. Dat is toch wel het minste dat ik kan doen.

Hoe? Door xe2x80x98dank je welxe2x80x99 te zeggen, bij voorkeur vriendelijk glimlachend. Opgewekt te zijn, opgeruimd en positief. Een luisterend oor te hebben. Begrip te hebben voor wat de ander bezighoudt. Dat lukt me trouwens lang niet alle dagen.

Maar wie kan eigenlijk xe2x80x98dank je welxe2x80x99 tegen mij zeggen? Wie is het die ik help, bijsta, tot steun ben? Voor wie overheerst in de ontmoeting met mij niet de zowel fysieke als mentale zorg, de last en zwaarheid van het bestaan?

Ik doe mijn naasten en vrienden tekort als ik zeg dat ik niks voor hen zou betekenen. Waarom zouden ze anders bij me blijven, dan wel me opzoeken? Niet alleen uit pixc3xabteit of medelijden, mag ik hopen. Toch overvalt mij vaak een schuldgevoel.

Mijn kinderen zouden hun moeder missen. Het is immers moeders eigen om zich te bekommeren om hun kroost, of je nou ziek en gehandicapt bent of niet. Tegelijkertijd echter heeft mijn ziekte hen op jonge leeftijd al dusdanig belast, dat ik mij ondanks hun emotionele groei en vroege volwassenheid schuldig voel.

Alleen bij een groep lezers ligt het anders. Zij zeggen betekenis te ontlenen aan mijn schrijverij en bedanken me daar zelfs voor. Wat ben ik daar toch blij mee!

Advertisements

Bij voorkeur vriendelijk glimlachend

24 Mar

Het gevoel schuld te hebben helpt niet mee in mijn behoefte iets voor anderen te betekenen. Dat is namelijk wat ik wil. Een betekenisvol leven hebben en niet alleen voor mijzelf. Ik wil er ook zijn voor anderen. Mijn bestaan moet zin hebben, ook voor anderen.

Nou maakt mijn grote lichamelijke afhankelijkheid het er niet eenvoudiger op om iets te kunnen geven. Ik moet overal bij worden geholpen. Opstaan, wassen, aankleden, eten, noem maar op. Zij die mij daarbij helpen, doen dat vol toewijding. Zonder nederig te zijn, probeer ik altijd mijn dankbaarheid te tonen. Dat is toch wel het minste dat ik kan doen.

Hoe? Door ‘dank je wel’ te zeggen, bij voorkeur vriendelijk glimlachend. Opgewekt te zijn, opgeruimd en positief. Een luisterend oor te hebben. Begrip te hebben voor wat de ander bezighoudt. Dat lukt me trouwens lang niet alle dagen.

Maar wie kan eigenlijk ‘dank je wel’ tegen mij zeggen? Wie is het die ik help, bijsta, tot steun ben? Voor wie overheerst in de ontmoeting met mij niet de zowel fysieke als mentale zorg, de last en zwaarheid van het bestaan?

Ik doe mijn naasten en vrienden tekort als ik zeg dat ik niks voor hen zou betekenen. Waarom zouden ze anders bij me blijven, dan wel me opzoeken? Niet alleen uit piëteit of medelijden, mag ik hopen. Toch overvalt mij vaak een schuldgevoel.

Mijn kinderen zouden hun moeder missen. Het is immers moeders eigen om zich te bekommeren om hun kroost, of je nou ziek en gehandicapt bent of niet. Tegelijkertijd echter heeft mijn ziekte hen op jonge leeftijd al dusdanig belast, dat ik mij ondanks hun emotionele groei en vroege volwassenheid schuldig voel.

Alleen bij een groep lezers ligt het anders. Zij zeggen betekenis te ontlenen aan mijn schrijverij en bedanken me daar zelfs voor. Wat ben ik daar toch blij mee!

‘Dit is wel erg zielig’

18 Mar

Hier is weer mijn column

'Dit is wel erg zielig'

"Hallo! Politie! Niet schrikken!" Het is tegen vijf uur 's morgens, zaklantaarns schijnen in het donker, terwijl voetstappen de trap op komen. Harry staat onmiddellijk op de gang, ik kan van de schrik alleen maar wat roepen.

Eerst denk je dat xc3xa9xc3xa9n van de jongens wat is overkomen bij het uitgaan. Maar ze waren allebei thuis en bovendien zou de politie dan wel hebben aangebeld. Nee, midden in de nacht bleek onze voordeur wagenwijd open te staan.

De politie had een telefoontje gekregen van iemand, die in onze straat mannen met een grote, platte televisie had zien lopen. Enigszins verdacht natuurlijk, om half vijf 's nachts. Dat was dus onze flat screen.

Wat daarna gebeurde, onttrok zich aan mijn waarneming. Behalve dan dat Jan, die we wakker hadden gemaakt, af en toe verslag kwam uitbrengen. Ook zijn playstation was gestolen. Beneden concludeerde Harry dat er behalve deze elektronica niets weg was.

De politie nam de aangifte van diefstal op en daarna kwam de slotenmaker. In de vroege ochtend deden de agenten sporenonderzoek en aangezien ik veelvuldig naar detectives kijk, sprak deze activiteit wel tot mijn verbeelding.

De mannen hadden echter geen witte pakken aan en de plaats delict was niet afgezet met roodwitte linten. Wel verzamelden ze vingerafdrukken, aangezien er twee verdachten waren opgepakt. Maar vooralsnog is buit noch bewijs gevonden.

De brutaliteit om zomaar iemands huis binnen te dringen is natuurlijk stuitend. Maar als je dan als dief die hellingbaan, traplift en rolstoel ziet, dan denk je toch: xe2x80x98Dit is wel erg zielig. Laten we maar een ander huis uitzoeken.xe2x80x99 Nee, dat dacht hij dus niet.

‘Dit is wel erg zielig’

18 Mar

Hier is weer mijn column

'Dit is wel erg zielig'

"Hallo! Politie! Niet schrikken!" Het is tegen vijf uur 's morgens, zaklantaarns schijnen in het donker, terwijl voetstappen de trap op komen. Harry staat onmiddellijk op de gang, ik kan van de schrik alleen maar wat roepen.

Eerst denk je dat één van de jongens wat is overkomen bij het uitgaan. Maar ze waren allebei thuis en bovendien zou de politie dan wel hebben aangebeld. Nee, midden in de nacht bleek onze voordeur wagenwijd open te staan.

De politie had een telefoontje gekregen van iemand, die in onze straat mannen met een grote, platte televisie had zien lopen. Enigszins verdacht natuurlijk, om half vijf 's nachts. Dat was dus onze flat screen.

Wat daarna gebeurde, onttrok zich aan mijn waarneming. Behalve dan dat Jan, die we wakker hadden gemaakt, af en toe verslag kwam uitbrengen. Ook zijn playstation was gestolen. Beneden concludeerde Harry dat er behalve deze elektronica niets weg was.

De politie nam de aangifte van diefstal op en daarna kwam de slotenmaker. In de vroege ochtend deden de agenten sporenonderzoek en aangezien ik veelvuldig naar detectives kijk, sprak deze activiteit wel tot mijn verbeelding.

De mannen hadden echter geen witte pakken aan en de plaats delict was niet afgezet met roodwitte linten. Wel verzamelden ze vingerafdrukken, aangezien er twee verdachten waren opgepakt. Maar vooralsnog is buit noch bewijs gevonden.

De brutaliteit om zomaar iemands huis binnen te dringen is natuurlijk stuitend. Maar als je dan als dief die hellingbaan, traplift en rolstoel ziet, dan denk je toch: ‘Dit is wel erg zielig. Laten we maar een ander huis uitzoeken.’ Nee, dat dacht hij dus niet.

Niet ‘zijn gangetje’!

10 Mar

Hierbij mijn tweede column die niet in de krant staat

Niet xe2x80x98zijn gangetjexe2x80x99!

"Hoe gaat het? Zijn gangetje?" Wat heb ik toch altijd een hekel aan die vraag gehad! Wat is nou xe2x80x98zijn gangetjexe2x80x99? Dat je hele leven volgens een vast stramien verloopt? Over geijkte paden? Voorspelbaar, zonder verrassingen, oersaai dus eigenlijk?

Ik heb me altijd verzet tegen zoxe2x80x99n vraag. "Als je leven zijn gangetje gaat, dan is er iets helemaal verkeerd", pleeg ik dan wat pinnig uit de hoek te komen. "Nee, mijn leven gaat niet zijn gangetje, gelukkig niet."

Maar eerlijk gezegd is mijn dagelijkse bestaan tegenwoordig wel verdomd voorspelbaar. De ochtenden worden voor een groot deel in beslag genomen door het opstaan. 's Middags schrijf ik wat, regel huishoudelijke en administratieve dingen, af en toe komt er iemand langs. Ik ga vroeg naar bed en kijk daar nog een paar uur televisie.

Toevallig ging vanmiddag de deurbel vier keer achter elkaar en zat de huiskamer plotseling vol visite. Wel gezellig natuurlijk, al heb ik de aandacht liever wat meer gespreid. Dat breekt de dag een beetje.

En dan kreeg ik van de week nog het volgende mailtje:

xe2x80x98Vol ongeloof las ik in de column van Loes Claerhoudt dat ze nog maar 1 x per maand mag schrijven. Hoe kunnen jullie dat in vredesnaam verantwoorden! De column is haar uitlaatklep, zoals ze zelf schrijft: het betekent nogal wat voor me, het is haar baan! Wie weet hoe lang ze dit nog maar kan en dan moet ze plaatsmaken voor wat, het zeilmeisje bijvoorbeeld? Belachelijk gewoon! Kan er nou echt nergens in de krant een plekje worden vrijgehouden voor Loes, jullie moeten je schamen om haar zo af te serveren. Haar dit af durven nemen is onbegrijpelijk, harteloos en reden om de krant op te zeggen!!!!xe2x80x99

De nieuwschef van de krant stuurde mij deze reactie persoonlijk door. Dat maakte dat ook deze week wederom gelukkig niet xe2x80x98zijn gangetjexe2x80x99 ging.

Niet ‘zijn gangetje’!

10 Mar

Hierbij mijn tweede column die niet in de krant staat

Niet ‘zijn gangetje’!

"Hoe gaat het? Zijn gangetje?" Wat heb ik toch altijd een hekel aan die vraag gehad! Wat is nou ‘zijn gangetje’? Dat je hele leven volgens een vast stramien verloopt? Over geijkte paden? Voorspelbaar, zonder verrassingen, oersaai dus eigenlijk?

Ik heb me altijd verzet tegen zo’n vraag. "Als je leven zijn gangetje gaat, dan is er iets helemaal verkeerd", pleeg ik dan wat pinnig uit de hoek te komen. "Nee, mijn leven gaat niet zijn gangetje, gelukkig niet."

Maar eerlijk gezegd is mijn dagelijkse bestaan tegenwoordig wel verdomd voorspelbaar. De ochtenden worden voor een groot deel in beslag genomen door het opstaan. 's Middags schrijf ik wat, regel huishoudelijke en administratieve dingen, af en toe komt er iemand langs. Ik ga vroeg naar bed en kijk daar nog een paar uur televisie.

Toevallig ging vanmiddag de deurbel vier keer achter elkaar en zat de huiskamer plotseling vol visite. Wel gezellig natuurlijk, al heb ik de aandacht liever wat meer gespreid. Dat breekt de dag een beetje.

En dan kreeg ik van de week nog het volgende mailtje:

‘Vol ongeloof las ik in de column van Loes Claerhoudt dat ze nog maar 1 x per maand mag schrijven. Hoe kunnen jullie dat in vredesnaam verantwoorden! De column is haar uitlaatklep, zoals ze zelf schrijft: het betekent nogal wat voor me, het is haar baan! Wie weet hoe lang ze dit nog maar kan en dan moet ze plaatsmaken voor wat, het zeilmeisje bijvoorbeeld? Belachelijk gewoon! Kan er nou echt nergens in de krant een plekje worden vrijgehouden voor Loes, jullie moeten je schamen om haar zo af te serveren. Haar dit af durven nemen is onbegrijpelijk, harteloos en reden om de krant op te zeggen!!!!’

De nieuwschef van de krant stuurde mij deze reactie persoonlijk door. Dat maakte dat ook deze week wederom gelukkig niet ‘zijn gangetje’ ging.

Voortdurend inleveren

3 Mar

Beste lezer,

Hierbij mijn eerste column die niet in het AD Utrechts Nieuwsblad staat.

Met vriendelijke groet,

Loes Claerhoudt

Voortdurend inleveren

Soms is het goed om stoer en flink te zijn. Gewoon in je column schrijven dat je best begrijpt dat een krant af en toe iets nieuws moet, en dat jij daarvoor plaats moet maken. Maar toch: drievierde van je plek als columnist verdwijnt en dat is niet niks.

Dankbaar zijn met het feit, dat je maar liefst zeven jaar een wekelijkse column had en nu nog xc3xa9xc3xa9n keer per maand mag verschijnen. Dat wel; de lezer heeft er recht op gexc3xafnformeerd te blijven over je welzijn.

"De eer aan jezelf houden", heet dat. Geen emotie tonen, rug recht. Maar als je weet hoe scheef ik in mijn stoel zit, half onderuitgezakt, leunend op mijn linkerelleboog, kromme schouders en bepaald geen rechte rug…

Met veel ondersteuning (mijn begeleider pakt mij onder de oksels en trekt me omhoog uit mijn stoel) kan ik nog op mijn benen staan. Dan strek ik mijn rug en houd dat soms wel een minuut vol. Daarna zakt de boel weer vormeloos in elkaar.

Naar mijn idee is het nou juist de kracht van al mijn columns geweest, dat ze, ondanks alle emotie, een waarheidsgetrouwe weerspiegeling waren van mijn gedachten. Maar in die van vorige week, de allerlaatste wekelijkse in de krant, doe ik mijn gevoel eigenlijk toch wat onrecht aan.

Want eerlijk gezegd voel ik me al een poosje behoorlijk belabberd. Het hebben van deze ziekte betekent voortdurend inleveren, steeds een beetje verdwijnen. Lichamelijk, sociaal, maatschappelijk.

Let wel, ik ben blij dat ik elke maand nog in de krant blijf staan, maar wekelijks verdwijnen is toch verdrietig en pijnlijk. Zo voel ik dat nu eenmaal. Het maakt mijn rug alleen maar krommer. Hoeveel tijd en kracht ik nog heb om hem toch weer te rechten? Ik weet het niet.