Archive | April, 2011
22 Apr

De terrassen zitten tjokvol

Nog pas 19 april en het is al zomer. Hemdjes, korte broeken, slippers. Dat vinden we meteen allemaal heel gewoon. Langs de Lek stond zelfs iemand in zijn zwembroek pootje te baden. Heel gewoon, toch?

Terrassen in de stad zitten tjokvol. En dat op een gewone dinsdagmiddag. Tjokvol mensen die kennelijk niet hoeven te werken of studeren. En dat zijn er veel! Ik hoor trouwens zelf ook bij het soort, dat niks moet. Maar dat ligt natuurlijk anders.

Als je ziek bent en verlamd in een stoel zit, dan heb je een vrijbrief om nog maar weinig te hoeven. Dan wordt maatschappelijk gezien niks meer van je verwacht. Dat hindert mij nogal eens, maar -heel gek misschien- niet met mooi weer.

Naar buiten! Naar mijn favoriete natuurgebied in de buurt van Lexmond, waar ook de vogels van slag lijken op deze schitterende dag. Voor hen zijn de bomen en het riet terrasjes, waar je gezien wilt worden en naar je soortgenoten, bij voorkeur van het andere geslacht, kijkt.

Het vliegt, hipt, kwettert, zingt en danst om je heen in het net uitgelopen groen. Nou doen vogels dat altijd in het voorjaar, maar op deze uitzonderlijk mooie dag lijken ze extra haast te maken om het nest in te duiken.

Rietzangers, rietgorzen, merels, kieviten, zwartkoppen, grutto's, tureluurs, ja, zelfs sprinkhaanzangers en blauwborsten maakten elkaar het hof met zang en dans. En Dorine en ik lieten ons vermaken met hun duetten en pas de deux en dwaalden weg van de alledaagse sores van deze gewone dinsdagmiddag, 19 april 2011.

Advertisements

De terrassen zitten tjokvol

22 Apr

Nog pas 19 april en het is al zomer. Hemdjes, korte broeken, slippers. Dat vinden we meteen allemaal heel gewoon. Langs de Lek stond zelfs iemand in zijn zwembroek pootje te baden. Heel gewoon, toch?

Terrassen in de stad zitten tjokvol. En dat op een gewone dinsdagmiddag. Tjokvol mensen die kennelijk niet hoeven te werken of studeren. En dat zijn er veel! Ik hoor trouwens zelf ook bij het soort, dat niks moet. Maar dat ligt natuurlijk anders.

Als je ziek bent en verlamd in een stoel zit, dan heb je een vrijbrief om nog maar weinig te hoeven. Dan wordt maatschappelijk gezien niks meer van je verwacht. Dat hindert mij nogal eens, maar -heel gek misschien- niet met mooi weer.

Naar buiten! Naar mijn favoriete natuurgebied in de buurt van Lexmond, waar ook de vogels van slag lijken op deze schitterende dag. Voor hen zijn de bomen en het riet terrasjes, waar je gezien wilt worden en naar je soortgenoten, bij voorkeur van het andere geslacht, kijkt.

Het vliegt, hipt, kwettert, zingt en danst om je heen in het net uitgelopen groen. Nou doen vogels dat altijd in het voorjaar, maar op deze uitzonderlijk mooie dag lijken ze extra haast te maken om het nest in te duiken.

Rietzangers, rietgorzen, merels, kieviten, zwartkoppen, grutto’s, tureluurs, ja, zelfs sprinkhaanzangers en blauwborsten maakten elkaar het hof met zang en dans. En Dorine en ik lieten ons vermaken met hun duetten en pas de deux en dwaalden weg van de alledaagse sores van deze gewone dinsdagmiddag, 19 april 2011.

14 Apr

Ze zullen verschrikkelijk veel leren

En dan zit zomaar je jongste zoon in het vliegtuig naar Amerika. "Ik zal jullie missen. De poes deed een beetje onaardig tegen me. Alsof ze voorvoelt en me kwalijk neemt dat ik tien weken wegga. Ik heb niet eens fatsoenlijk afscheid van haar kunnen nemen."

Ach, het is tegenwoordig niet ongewoon dat jongeren een paar maanden op reis gaan. Sterker nog, je hoort er bijna niet meer bij als je na je middelbare school direct gaat studeren of werken.

Een zogeheten xe2x80x98tussenjaarxe2x80x99 nemen is nu heel normaal. De heren en dames van rond de achttien jaar hebben tenslotte hun hele leven al zo hard gewerkt, dat ze wel even pas op de plaats mogen maken. Toch?

Een tussenjaar is overigens niet per definitie een verloren jaar, al was ik daar in eerste instantie wel een beetje bang voor. Het beeld van een lange slungel, die hele dagen onderuitgezakt op de bank met zijn Play Station in de weer is, schrikte mij toch enigszins af.

Nou speelde onze Jan inderdaad menige Play Stationgame uit, maar ondertussen heeft hij maandenlang gewerkt en gespaard om op reis te kunnen, net als zijn vriendin. En vanmorgen was het dan zover.

Laatste woorden van zorg en genegenheid moesten nog gezegd. "Lief", en: "Pas goed op elkaar." "Voor je het weet zijn die tien weken voorbij." En nu is het grote avontuur begonnen. Ze zullen genieten, ontdekken hoe het is om echt zelfstandig te moeten handelen, ruzie maken om alweer een gemiste bus, schrikken van de kosten. Kortom: ze zullen verschrikkelijk veel leren.

"Goeie reis!", belde ik nog even toen ze al in het vliegtuig zaten. En nu zitten ze in de lucht!

14 Apr

Een leven vxc3xb3xc3xb3r en na

Toen ik vijf jaar oud was, kreeg ons gezin een ernstig auto-ongeluk. Onze Renault Dauphine, waarin we met twee volwassenen en vier kinderen zaten, werd frontaal geraakt. Mijn vader had glas in zijn oog, maar verder mankeerde hij niks, net als mijn broer Joost, een nichtje en ik.

Onze zevenjarige zus Marijke daarentegen lag drie weken in coma en moest daarna alles opnieuw leren. Praten, lopen, lezen. Ze lag in hetzelfde ziekenhuis als mam, die daar maanden vertoefde als gevolg van een zeer gecompliceerde beenbreuk. Ze overleefde ternauwernood een longembolie.

Pa was toen zo wanhopig, dat hij een kapelletje de Kapellenberg bezocht in de buurt van Roosendaal. Hij bad in dit bedevaartsoord oprecht tot God voor het leven van zijn vrouw.
Voor mijn vader was er een leven vxc3xb3xc3xb3r en na het ongeluksjaar 1962.

Laatst wees mam ons dat kapelletje aan, toen we terugreden van (alweer) een familiebegrafenis. Dit keer was mijn peetoom Frans gestorven en zijn vier dochters hadden een waardig afscheid voor hem georganiseerd.

Na het ongeluk logeerden Joost en ik maanden bij tante Annie en ome Johan, die zelf geen kinderen hadden en ons enorm vertroetelden. Vooral ome Johan, die me om onverklaarbare reden Trunte noemde, maakte diepe indruk op me.

Hij was vooral ontzettend lief. Elke dag prakte hij mijn warme eten en maakte er een taartje van. Als ik terugkwam van de kleuterschool, was er steevast dezelfde vraag: "En Trunte, heb je weer liedjes geprikt?" Gek, maar ook wel mooi, dat je zoiets nooit meer vergeet.

Ze zullen verschrikkelijk veel leren

14 Apr

En dan zit zomaar je jongste zoon in het vliegtuig naar Amerika. “Ik zal jullie missen. De poes deed een beetje onaardig tegen me. Alsof ze voorvoelt en me kwalijk neemt dat ik tien weken wegga. Ik heb niet eens fatsoenlijk afscheid van haar kunnen nemen.”

Ach, het is tegenwoordig niet ongewoon dat jongeren een paar maanden op reis gaan. Sterker nog, je hoort er bijna niet meer bij als je na je middelbare school direct gaat studeren of werken.

Een zogeheten ‘tussenjaar’ nemen is nu heel normaal. De heren en dames van rond de achttien jaar hebben tenslotte hun hele leven al zo hard gewerkt, dat ze wel even pas op de plaats mogen maken. Toch?

Een tussenjaar is overigens niet per definitie een verloren jaar, al was ik daar in eerste instantie wel een beetje bang voor. Het beeld van een lange slungel, die hele dagen onderuitgezakt op de bank met zijn Play Station in de weer is, schrikte mij toch enigszins af.

Nou speelde onze Jan inderdaad menige Play Stationgame uit, maar ondertussen heeft hij maandenlang gewerkt en gespaard om op reis te kunnen, net als zijn vriendin. En vanmorgen was het dan zover.

Laatste woorden van zorg en genegenheid moesten nog gezegd. “Lief”, en: “Pas goed op elkaar.” “Voor je het weet zijn die tien weken voorbij.” En nu is het grote avontuur begonnen. Ze zullen genieten, ontdekken hoe het is om echt zelfstandig te moeten handelen, ruzie maken om alweer een gemiste bus, schrikken van de kosten. Kortom: ze zullen verschrikkelijk veel leren.

“Goeie reis!”, belde ik nog even toen ze al in het vliegtuig zaten. En nu zitten ze in de lucht!

Een leven vóór en na

14 Apr

Toen ik vijf jaar oud was, kreeg ons gezin een ernstig auto-ongeluk. Onze Renault Dauphine, waarin we met twee volwassenen en vier kinderen zaten, werd frontaal geraakt. Mijn vader had glas in zijn oog, maar verder mankeerde hij niks, net als mijn broer Joost, een nichtje en ik.

Onze zevenjarige zus Marijke daarentegen lag drie weken in coma en moest daarna alles opnieuw leren. Praten, lopen, lezen. Ze lag in hetzelfde ziekenhuis als mam, die daar maanden vertoefde als gevolg van een zeer gecompliceerde beenbreuk. Ze overleefde ternauwernood een longembolie.

Pa was toen zo wanhopig, dat hij een kapelletje de Kapellenberg bezocht in de buurt van Roosendaal. Hij bad in dit bedevaartsoord oprecht tot God voor het leven van zijn vrouw.
Voor mijn vader was er een leven vóór en na het ongeluksjaar 1962.

Laatst wees mam ons dat kapelletje aan, toen we terugreden van (alweer) een familiebegrafenis. Dit keer was mijn peetoom Frans gestorven en zijn vier dochters hadden een waardig afscheid voor hem georganiseerd.

Na het ongeluk logeerden Joost en ik maanden bij tante Annie en ome Johan, die zelf geen kinderen hadden en ons enorm vertroetelden. Vooral ome Johan, die me om onverklaarbare reden Trunte noemde, maakte diepe indruk op me.

Hij was vooral ontzettend lief. Elke dag prakte hij mijn warme eten en maakte er een taartje van. Als ik terugkwam van de kleuterschool, was er steevast dezelfde vraag: “En Trunte, heb je weer liedjes geprikt?” Gek, maar ook wel mooi, dat je zoiets nooit meer vergeet.

2 Apr

Verzet heeft geen zin

Het opstaan ging vlot en om elf uur kreeg ik inspirerend bezoek. Na een paar leuke e-mails kwam de fysiotherapeute. Even wat oefeningen doen en dan lekker gaan schrijven, dacht ik. Ik had er echt zin in!

Maar dan ineens slaat het toe. Dan word ik kortademig en de energie stroomt weg uit al mijn porixc3xabn. Ik zit te hijgen als een oud paard en mijn borstkas gaat hevig op en neer. Mijn oogleden worden moe.

Hoezeer deze toestand me ook stoort, verzet heeft geen enkele zin. Als ik zo blijf zitten, dan houd ik de rest van de dag dat intens vermoeide, waardoor eigenlijk niets meer mogelijk is. Ik moet gewoon even bijtanken.

Tegenwoordig heb ik ook beneden een beademingsapparaat staan. Ik trek me terug in de serre en laat me het masker op mijn hoofd zetten. De eerste teugen lucht zijn een weldaad. Ik adem diep in, iets dat ik op een dag niet vaak meer kan. Gewoon even diep zuchten, wat is dat toch heerlijk!

Het is mooi weer. De zon verwarmt mijn huid, terwijl ik met dichte ogen in het licht kijk. Ik doe ze weer open en zie in de tuin de vele narcissen. In het topje van de naburige eik zingt een heggenmus haar hoogste lied. Een goudvinkenpaar eet bloesem uit de krentenboom.

Dan vallen mijn ogen dicht en ik doe een hazenslaapje, om verkwikt weer wakker te worden. Mijn dag kan weer verder gaan met nuttige en prettige bezigheden en zo houd ik het weer een poosje vol.