Archive | May, 2011

“Life in California”

22 May

Onze Jan zit alweer vijf weken met zijn vriendin in California. Vliegen naar San Diego, daar een vriend op de universiteit opzoeken, met de Greyhound naar Los Angeles, Santa Barbara en San Francisco, gelijkgestemden ontmoeten in goedkope hotelletjes. Allemaal leuk.

Over de communicatie hadden ze goed nagedacht. Met de gloednieuwe iPhone konden ze internetten, e-mailen, scypen, twitteren en ja, zelfs telefoneren. Zo konden ze de achterblijvers op de hoogte houden van hun avonturen. Totdat het wonderapparaat in een onbewaakt moment werd gestolen.

En dat terwijl zelfs ik me al had begeven op het gladde ijs van de moderne media, namelijk op feestboek (mijn spraakcomputer kent het nieuwerwetse woord ‘facebook’ nog niet) om maar niets te missen.

“Pas op, want dan wil opeens iedereen vrienden met je worden”, waarschuwde Kees me voordat hij me aanmeldde. En inderdaad, plotseling kreeg ik ‘vriendschapsaanzoeken’ van allerlei goede en minder goede kennissen, van een buurvrouw tot Wouter Bos aan toe.

Maar ik weet niet eens hoe ik moet antwoorden en dan is het gauw over met de liefde. Ik krijg wel een inkijkje in hoe Jan en Sofie communiceren met hun vrienden. “Life in San Diego is de shit.” Ik dacht dat hij er niks aan vond; tenslotte betekent het woord ‘shit’ waardeloos. Maar “de shit” is juist helemaal te gek.

“People are scum!”, las ik vervolgens na het verdwijnen van de iPhone. Ook een term die ik voor het eerst zag en die niet bepaald aardig is. Enfin, verder gaat alles ze voor de wind en genieten ze met volle teugen. “Life in California is de shit.”

Advertisements

Toespraak bij de begrafenis van mijn tante Annie

22 May

Ze staan in een halve cirkel, allemaal met een rechtervoet vooruit. Vader, moeder en dan de twaalf kinderen. Op de volgende foto zie je een ladder. De helft van de kinderen staat erop, de rest ervoor, twaalf op een rij met de handen op elkaars schouders. En dan nog één in de woonkamer. In totaal veertien lachende gezichten in de camera.

De familie Claerhoudt is een hechte. Op bijeenkomsten, helaas zijn dat tegenwoordig steeds vaker begrafenissen, is altijd iedereen aanwezig. Ooms en tantes, neven en nichten en daar weer de kinderen en zelfs kleinkinderen van.

Mijn vader Will was de oudste zoon en is alweer jaren dood. Ook mijn ooms Arthur, Frans, Jos en Ruud zijn er niet meer. En nu is ook tante Annie overleden. Zij stond bovenaan de ladder van het hele spul.

“Ons Annie hoeft niet door te leren. Zij kan meehelpen in de huishouding.” Zo ging dat in die dagen. Dus zorgde Annie voor haar jongste broers en zusjes en als ze een keer uitging, ze was tenslotte een jonge blom van rond de twintig, dan hing er altijd van dat grut aan haar rokken.

Zelf bleef ze kinderloos. Ook iets, dat je in die tijd maar gewoon moest accepteren. Ze trouwde met ome Johan, een lieve man, die van koosnaampjes hield en mij bijvoorbeeld Trunte noemde. Hij overleed veel te vroeg.

Tante Annie heeft eigenlijk geen gemakkelijk leven gehad. Was het daarom, dat ze in later jaren veel klachten kreeg en aandacht vroeg? En dat met name haar jongste zus Madeleine met haar man Bert zich onverminderd over haar ontfermde?

Het is onvermijdelijk dat ook de Claerhoudt-dynastie niet het eeuwige leven heeft. Van al die vrolijk in de camera kijkende broers en zusters leeft nog maar de helft. Toch blijft de familie een hechte. We zitten hier niet voor niks weer allemaal bij elkaar.

5 May

De grote klok en die eenzame trompet

Het is echt herdenkingsweer. Helder en fris, de zon schijnt. In de wind ruisende bomen, die nog vers groene bladeren hebben. Wel al vol in het blad. In de zomer is alles donkerder groen en stoffiger, al is het dit jaar nu ook al kurkdroog.

Ik kan het niet laten om te mijmeren op een dag als deze. Harry en ik gaan meestal naar het Domplein, waar een officixc3xable plechtigheid plaatsvindt met veel volk. Maar ik ging ook wel naar de begraafplaats en nam dan de kinderen mee. Het is er altijd doodstil, tenminste als je de uitbundige merelzang niet meerekent. Bij de oorlogsgraven staat een krans en liggen bloemen. Oud-verzetsstrijders komen daar nog jaarlijks om te herdenken. Het groepje wordt wel steeds kleiner.

Een gek idee vind ik het trouwens dat ik maar twaalf jaar na de bevrijding ben geboren. Toen was de oorlog nog maar zo kort geschiedenis. Thuis keken we altijd naar de kranslegging op de Waalsdorpervlakte. De grote klok en die eenzame trompet maakten indruk. En daarna natuurlijk het Wilhelmus.

Dezer dagen smul ik eerlijk gezegd van alle documentaires en films over de Tweede Wereldoorlog. Vooral als ze over gewone mensen gaan. Verzetshelden zijn geen gewone mensen. Wat zij deden, en ook wat joodse mensen overkwam, is zo groots, dat ik me nauwelijks met hen kan identificeren.

Zij die niks deden, niet durfden, een misstap maakten, die kan ik beter begrijpen. Het is zo menselijk om verlamd te raken door angst of bijvoorbeeld uit armoede verkeerde dingen te doen om aan geld te komen. Ik hoop natuurlijk dat ik anders had gehandeld, maar dat weet je nooit.

5 May

Dit noem ik echte levenskunst

De afgelopen weken volgde ik een cursus over zingeving aan eindigheid en dood. In de collegebanken zaten hoofdzakelijk ouderen, een enkele leeftijdgenoot en ik in mijn rolstoel. Ieder om antwoord te krijgen op de vraag welke zin de dood heeft.

Boeddhisten zien de dood voortdurend onder ogen en bereiden zich al mediterend voor op het sterven. Hun leven staat in het teken van het komen tot eeuwige verlichting. Daarvoor zijn meerdere incarnaties nodig.

Westerse denkers zien het anders. De xc3xa9xc3xa9n benadrukt de existentixc3xable eenzaamheid en angst voor de dood, de ander legt het accent op levenskunst. Haal het maximale uit je innerlijke en zorg goed voor jezelf. We kunnen ons lot niet bepalen, wel hoe we met de tragiek van ons leven omgaan. Dat laatste spreekt me wel aan.

Ik schat dat ik nog ongeveer twee jaar te leven heb. Maar misschien ook wel drie. Waarom zou ik me nu dan druk maken over mijn voorlaatste zomer? Ik ben nou eenmaal geen boeddhist en heb als westerling de neiging om mijn dood te ontkennen.

De docente vroeg ons wat we nog zouden willen doen in de allerlaatste maanden van ons leven. Nabijheid vinden met onze dierbaren, verbonden zijn met de natuur, samen genieten van mooie dingen, was ons antwoord.

En toen was daar het nieuwe boek van schrijver en columnist Martin Bril, die twee jaar geleden aan kanker overleed. Zijn vrouw verzamelde zijn overpeinzingen gedurende de laatste maanden van zijn leven.

Bril wilde helemaal niet samen zijn. Hij trok zich terug om te schrijven, alsmaar meer te schrijven. Zijn naasten vonden dat maar moeilijk. Zij wilden met hem zijn. Maar nu, na twee jaar, is zijn vrouw dolblij met die overpeinzingen en begrijpt ze dat hij deed wat hij moest doen. De zin van de dood zie ik nog altijd niet, maar dit noem ik echte levenskunst.

De grote klok en die eenzame trompet

5 May

Het is echt herdenkingsweer. Helder en fris, de zon schijnt. In de wind ruisende bomen, die nog vers groene bladeren hebben. Wel al vol in het blad. In de zomer is alles donkerder groen en stoffiger, al is het dit jaar nu ook al kurkdroog.

Ik kan het niet laten om te mijmeren op een dag als deze. Harry en ik gaan meestal naar het Domplein, waar een officiële plechtigheid plaatsvindt met veel volk. Maar ik ging ook wel naar de begraafplaats en nam dan de kinderen mee. Het is er altijd doodstil, tenminste als je de uitbundige merelzang niet meerekent. Bij de oorlogsgraven staat een krans en liggen bloemen. Oud-verzetsstrijders komen daar nog jaarlijks om te herdenken. Het groepje wordt wel steeds kleiner.

Een gek idee vind ik het trouwens dat ik maar twaalf jaar na de bevrijding ben geboren. Toen was de oorlog nog maar zo kort geschiedenis. Thuis keken we altijd naar de kranslegging op de Waalsdorpervlakte. De grote klok en die eenzame trompet maakten indruk. En daarna natuurlijk het Wilhelmus.

Dezer dagen smul ik eerlijk gezegd van alle documentaires en films over de Tweede Wereldoorlog. Vooral als ze over gewone mensen gaan. Verzetshelden zijn geen gewone mensen. Wat zij deden, en ook wat joodse mensen overkwam, is zo groots, dat ik me nauwelijks met hen kan identificeren.

Zij die niks deden, niet durfden, een misstap maakten, die kan ik beter begrijpen. Het is zo menselijk om verlamd te raken door angst of bijvoorbeeld uit armoede verkeerde dingen te doen om aan geld te komen. Ik hoop natuurlijk dat ik anders had gehandeld, maar dat weet je nooit.

Dit noem ik echte levenskunst

5 May

De afgelopen weken volgde ik een cursus over zingeving aan eindigheid en dood. In de collegebanken zaten hoofdzakelijk ouderen, een enkele leeftijdgenoot en ik in mijn rolstoel. Ieder om antwoord te krijgen op de vraag welke zin de dood heeft.

Boeddhisten zien de dood voortdurend onder ogen en bereiden zich al mediterend voor op het sterven. Hun leven staat in het teken van het komen tot eeuwige verlichting. Daarvoor zijn meerdere incarnaties nodig.

Westerse denkers zien het anders. De één benadrukt de existentiële eenzaamheid en angst voor de dood, de ander legt het accent op levenskunst. Haal het maximale uit je innerlijke en zorg goed voor jezelf. We kunnen ons lot niet bepalen, wel hoe we met de tragiek van ons leven omgaan. Dat laatste spreekt me wel aan.

Ik schat dat ik nog ongeveer twee jaar te leven heb. Maar misschien ook wel drie. Waarom zou ik me nu dan druk maken over mijn voorlaatste zomer? Ik ben nou eenmaal geen boeddhist en heb als westerling de neiging om mijn dood te ontkennen.

De docente vroeg ons wat we nog zouden willen doen in de allerlaatste maanden van ons leven. Nabijheid vinden met onze dierbaren, verbonden zijn met de natuur, samen genieten van mooie dingen, was ons antwoord.

En toen was daar het nieuwe boek van schrijver en columnist Martin Bril, die twee jaar geleden aan kanker overleed. Zijn vrouw verzamelde zijn overpeinzingen gedurende de laatste maanden van zijn leven.

Bril wilde helemaal niet samen zijn. Hij trok zich terug om te schrijven, alsmaar meer te schrijven. Zijn naasten vonden dat maar moeilijk. Zij wilden met hem zijn. Maar nu, na twee jaar, is zijn vrouw dolblij met die overpeinzingen en begrijpt ze dat hij deed wat hij moest doen. De zin van de dood zie ik nog altijd niet, maar dit noem ik echte levenskunst.