Archive | July, 2011

Een stalen kooi

9 Jul

Een stalen kooi

Op tv zag ik een documentaire over een Amerikaanse gevangenis, waar levenslang gestraften zaten. In Amerika betekent levenslang ook werkelijk opgesloten zijn tot aan je dood. Heb je zware delicten gepleegd, dan kun je wel 500 jaar gevangenisstraf krijgen.

En van die zware criminelen werd gelucht en stond anderhalf uur lang in een stalen kooi in de buitenlucht. De zon scheen. Gelukkig voor hem, want hij kwam maar één keer in de maand buiten. Het zal maar net regenen, dan.

De interviewer vroeg hem hoe hij zich voelde. "Ach, ik heb een dak boven mijn hoofd en elke dag te eten. Mijn pensioen is geregeld, dus ik hoef me geen zorgen te maken over de toekomst", zei de man.

En wat miste hij in deze omstandigheden het meest? Dat hij in vrijheid naar buiten kon om bijvoorbeeld uitstapjes te maken, was het voor de hand liggende antwoord. Maar: "Als je je erop instelt, kun je wel leven met deze beperkingen. Je moet er gewoon niet over nadenken, dan mis je die vrijheid ook niet", zei hij laconiek.

Het was of ik mezelf hoorde praten. Wat hij zei, is waar. Het is mogelijk om je af te sluiten voor onbereikbare prikkels en zodoende tevreden te zijn met wat je wel hebt. Dat is ook mijn ervaring.

Het probleem is echter dat je zoiets alleen kunt zeggen, wanneer je je goed voelt. En onder extreme omstandigheden, zoals levenslange opsluiting in een gevangenis of in je eigen lijf, gaat het toch behoorlijk vaak maar matig met je.

Dus ook die gedetineerde zal regelmatig uit pure frustratie met zijn vuisten op zijn celmuur bonken, net als dat ik denkbeeldig om mij heen sla. Maar als mijn hoofd weer eens uit elkaar lijkt te barsten van ellende, dan moet ik toch even aan die gekooide woorden denken.

Advertisements

Een cruise op de Middellandse Zee

9 Jul

“Als het regent of koud is, zit ik binnen. Maar met dit mooie weer ook, want ik kan niet meer tegen de warmte”, zei ik tegen mijn alter ego.

“Er zijn zoveel mensen die daar last van hebben.”
“Ja, maar vroeger had ik dat niet. Bovendien lig ik tegenwoordig de halve week ‘s middags op bed aan de beademing. Ik heb nog maar zo weinig energie.”
“Dat hoort nou eenmaal bij de ziekte. Je wist van tevoren dat het zo zou gaan.”
“Dus moet ik er maar gewoon vrede mee hebben?”

“Wees blij dat je zoveel mensen om je heen hebt.”
“Vroeger had ik anders het honderdvoudige aan vrienden, bekenden, collega’s en andere relaties. De spoeling is dun geworden.”
“Vind je het gek? Je praat ook alleen maar over hoe moeizaam je leven is geworden.”
“Wat moet ik anders zeggen als ze vragen hoe het is? Dat het fantastisch met me gaat? Dat ik met een mooie andere baan bezig ben? Dat ik van die leuke schoenen heb gekocht? Dat ik met Harry een reisje naar Rome heb gemaakt en dat we van de zomer drie weken in Engeland gaan wandelen? Niet dus. Ik heb echt niks leuks te melden.”

“Je hebt laatst toch een bootreisje gemaakt?”
“Ja en iedereen doet alsof het een cruise op de Middellandse Zee was. Als dit het hoogtepunt van het jaar moet zijn…”
“Je bent een verwend nest! Er zijn zat mensen, die nooit op vakantie gaan.”
” Ik zal me schamen. En ik zal ook iedereen dankbaar zijn, die wel naar me omkijkt en voor me zorgt.”
“Dat zou ik maar doen, ja. Je hebt tenslotte fantastische zorgverleners om je heen.”
“Dat klopt. Dankzij het persoonsgebonden budget, waar dat verdomde kabinet nou ook aan zit te morrelen. Het zal mijn tijd wel duren, maar van al die bezuinigingen word ik ook somber.”
“Geef Marc Rutte maar de schuld van jouw gemoedstoestand.”
“Ik heb nog maar een paar jaar en het is heel vervelend om me in die laatste periode ook nog zo te moeten ergeren. Maar ik ga proberen dat maar niet te doen. Het is zo al moeilijk genoeg.”

“Had je deze laatste jaren dan niet willen meemaken?”
“Jawel, natuurlijk had ik die niet willen missen”, zei ik zwakjes tegen mijn alter ego. “Ik vind het fijn dat ik mijn kinderen groot heb zien worden. En dat ik nog zoveel kan schrijven. Maar verder is er niet veel meer aan, eerlijk gezegd.”