Archive | February, 2012

‘Krakkemikkig’ moet ik helemaal spellen

25 Feb

Een nieuwe laptop, een nieuw geluid. Een beroemde dichtregel dien je niet zomaar te verbasteren, zeker niet het mooie ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ van Herman Gorter. Bovendien klopt de inhoud van de verbastering niet eens.

Mijn oude laptop was zó traag en krakkemikkig geworden, dat er wel een andere moést komen. Een aanwinst, zo’n groot en helder scherm, maar er is ook een nadeel. De software van het spraakherkenningsprogramma kon niet worden overgezet, omdat mijn stem niet duidelijk genoeg meer is.

Nu zit ik met mijn mond achter een pijpje, waarmee ik de muis bedien. Die gaat heen en weer over een toetsenbordje in het scherm. Letter voor letter tik ik aan en veel voorkomende woorden verschijnen op een ander schermpje. Als ik bijvoorbeeld de letter D intik, dan kan ik kiezen tussen de, dat, die, dan, door, deze en dit. Maar het woord ‘krakkemikkig’ moet ik helemaal spellen.

In volmaakte stilte zit ik nu achter mijn schrijftafel, hetgeen je trouwens ook een nieuw geluid zou kunnen noemen. Het spraakherkenningsprogramma werkte al niet snel omdat ik zoveel moest verbeteren, maar deze manier van schrijven is ronduit traag te noemen.

“Hoe gaat het met je nieuwe boek? “, vroeg laatst een oude bekende. “Goed “, antwoordde ik. “Ik ben al op bladzijde drie.” Een boek! Wat een brutale ambitie, in mijn toestand. Schrijven over vroeger, dat is wat ik doe. Leuk om mee bezig te zijn en tenslotte is mijn verleden langer dan mijn toekomst.

Wat het werken ook niet sneller maakt, is dat ik steeds vaker het beademingsmasker op mijn neus heb en dat duwt het pijpje weg. Door mijn hoofd schuin te houden, zodat het pijpje in mijn rechter mondhoek zit, lukt het schrijven uiteindelijk. Dat schiet dus lekker opx85

De bekende keek me lang aan en zei uiteindelijk : “Vergeet niet, dat ook de slak de ark bereikte.”

Advertisements

Huisarrest

12 Feb

Natúúrlijk kan ik naar buiten met dit winterweer. Ik laat me drie sjaals extra omdoen en een wollen muts tot over mijn oren en half over mijn ogen . Dan een plaid om mijn benen, al zijn mijn voeten per definitie altijd al koud, en zo zit ik er echt ontspannen bij.

Héérlijk, die vrieskou en bij thuiskomst leggen we gewoon een stapel oude kranten onder de rolstoel om alle aangekoekte zwarte pekel, die van de wielen komt druipen, op te vangen. Ja, dagelijks een relaí ritje door de sneeuw is echt iets om me op te verheugen.

Alle gekheid op een stokje, ik kan niet meer genieten van dit weer. Extreme kou (en trouwens ook warmte) kan mijn lijf niet meer verdragen, hetgeen onherroepelijk leidt tot huisarrest. Terwijl iedereen druk is met in de file of op een overvol perron staan, schaatsen onderbinden en het al dan niet doorgaan van de Elfstedentocht, zit ik achter het raam naar buiten te staren.

Maar er was van de week een lichtpuntje. Toen ik mijn mailbox opende, werd ik verrast door het grote aantal berichten. Hartverwarmend, dacht ik, die aandacht voor de zieke medemens, die het normaal al zo moeilijk heeft en nu wel een extra aai over de bol kan gebruiken.

Totdat ik de tientallen mailtjes las. Ze waren zonder uitzondering gericht aan mijn overbuurvrouw Emmy. Ze had de uitnodiging voor haar verjaardag per ongeluk naar mijn hele maillijst gestuurd in plaats van alleen naar mij.

Kan gebeuren, maar kennelijk was dat voor velen reden om in de pen te kruipen. Meestal grappig bedoeld (“Geef me je adres, dan kom ik!”) maar soms ook belerend of voorzien van relevante informatie (“Sta dan op de latten in Italy”). Niks van aantrekken, Emmy, en ik kom. De overkant van de straat moet ik toch kunnen halen!