Archive | March, 2012

Op sleeptouw

30 Mar

‘De groene specht’, zeg ik. ‘Wat! Is Jeroen weg?‘ is de reactie. Het lijkt mijn oude spraakcomputer wel. Ik praat gewoon niet meer zo duidelijk. Daar is verder weinig aan te doen. Wel een tikkie vermakelijk natuurlijk, zo’n conversatie.

En zo heb ik wel meer te aanvaarden. Om de dag een beetje door te komen moet ik ’s morgens een poosje aan de beademing blijven liggen. Gevolg is, dat ik nog maar zelden vóór elf uur beneden ben, waardoor afspraken beperkt blijven tot de middag.

’s Avonds ga ik weer bijtijds naar boven en kijk in bed tv. Af en toe heb ik een feestje of een voorstelling, in de schouwburg bijvoorbeeld. Maar wil ik daar bij zijn, dan moet ik in de middag een paar uur naar bed. Anders red ik het niet.

Mijn tijd is dus beperkt in jaren, maar inmiddels ook in uren. Wat is er eigenlijk niet beperkt aan me? Een goed gesprek, laat staan een discussie, is met mij eigenlijk niet meer te voeren. Ik heb te weinig ademkracht om iemand te interrumperen.

Neem daarbij de zoutzak die ik sowieso al jaren ben, lam zittend in mijn rolstoel, en de lust vergaat je. Het is een wonder dat er xfcberhaupt nog familieleden en vrienden zijn, die de moeite nemen om mij op sleeptouw te nemen.

Maar ze zijn er wel! Zij, die zich zonder dat ik daar zelf initiatief voor hoef te nemen, uitnodigen om op stap te gaan. Naar de film, een hapje eten. Nee, ik noem geen namen. Diegenen die ik bedoel, weten wel dat het over hen gaat.

Ik ben ze dankbaar. Ze geven me het gevoel dat ik er nog toe doe. Dat ik geen overbodig leven ben. Dat ik er gewoon mag zijn en niet slechts voor spek en bonen. ‘Hoezo gekke zonen?‘, zou uw antwoord nu zijn.

Advertisements

Geen favoriet meer

23 Mar

Je hoort wel eens dat mensen elkaar een rotstreek leveren. Bijvoorbeeld door een overlijdensadvertentie in de krant te laten plaatsen van iemand, die nog springlevend is. Zoiets doet alleen een zieke geest of een zeer haatdragend persoon.

Mijn website bezoek ik niet vaak. Ik weet wat er op staat en reacties op mijn weblog krijg ik altijd via e-mail binnen. Als ik dan eens naar mijn eigen site ga, dan klik ik op het internetlogo op de startbalk en vervolgens op ‘favorieten‘.

Maar van de week was plotseling ‘www.loesclaerhoudt.nl’ geen favoriet meer van me. Zo veranderen trouwens wel vaker om onverklaarbare, maar vooral onuitstaanbare, redenen dingen in email of in Word, die ik helemaal niet anders wíl hebben.

Dus ‘googelde’ ik mezelf. Ik tikte mijn naam in en tot mijn grote verbazing verscheen ‘loes claerhoudt overleden’ in het scherm. Iemand had kennelijk even snel willen weten of ik nog leefde.

Want zo gaat dat met internet. Je tikt in wat je wilt weten en de computer zoekt de informatie razendsnel voor je op. ‘Hoe zou het met Loes Claerhoudt zijn? Misschien is ze wel dood. Even opzoeken.‘

Degene die dat zo bedacht is zich er natuurlijk niet van bewust, dat het lezen van zo’n ‘hit’ (want zo heet dat in internetland) niet fijn is. Niet voor andere belangstellenden, die mijn site weer eens bezoeken en zeker niet voor de betrokkene zelf. Ik dus.

Ook niet voor de oude bekende, die ik van de week tegenkwam. Ze keek daags erna op internet en schrok zich een ongeluk: ’Hoe kan dat nou? Gisteren zag ze er nog zo goed uit!‘ En ikzelf? Ik zal mezelf nog wel eens googelen. Kijken of ik dan nog leef.

Over het hek

9 Mar

Van de week was er een filmpje op televisie, waarbij je een kantoorruimte zag met mannen achter beeldschermen. De computers werkten niet naar wens, waarna de mannen zich niet konden beheersen en hun woede botvierden op de apparatuur.
Ze mepten en schopten overal tegenaan en gingen als wilden tekeer. Eén van de mannen pakte er een enorme hamer bij en sloeg de boel kort en klein. Het was vermakelijk om te zien en ook wel te begrijpen. Want hoe vaak zit je zelf niet machteloos van woede achter je pc, omdat het ding niet doet wat jij wil?
En toen moest ik ineens aan mijn schoonvader denken. Helaas is hij al jaren geleden overleden, maar ik weet nog goed hoe hij in zijn kantoortje zat. Dat bevond zich achter in de campingzaak aan de Wolter Heukelslaan die hij samen met zijn vrouw runde.
De ouderwetse typemachine had een zwart lint, dat ook rode letters kon produceren. Maar om de haverklap werden facturen en correspondentie rood, in plaats van zwart. Dan deed mijn schoonvader iets met het lint, gepaard gaand met een hoop gevloek en getier.
Op een dag kwam hij met veel lawaai zijn kantoor uit, typemachine onder de arm. Met grote stappen beende hij de hele winkel door, stak de straat over en kieperde de typemachine over het hek dat langs het spoor staat. “Zo”, zei hij opgelucht. “Dat had ik maanden eerder moeten doen”.
Toen Harry met zijn eigen bedrijf begon, richtten we thuis een werkkamer in, die van alle gemakken was voorzien. Computer, fax, telefooncentrale, printer. Die laatste deed echter niet altijd wat van hem werd gevraagd.
Verwensingen, snerpende vloeken en getrek aan vastgelopen papier waren geregeld niet van de lucht. Een aardje naar zijn vaartje, zullen we maar zeggen. Op een keer vlogen de balkondeuren open en gooide Harry de printer hup, zo naar buiten. “Zo, dat had ik maanden eerder moeten doen”, zei hij opgelucht. We moesten wel een nieuwe kopen.