Archive | April, 2012

Juffrouw Marée

13 Apr

Op de middelbare school was Nederlands mijn favoriete vak. Spelling, dictee en ontleden waren geen leuke onderdelen, maar als je iets in een vak goed beheerst, dan heb je er ook geen hekel aan. Zo gold dat in elk geval voor mij.

Opstellen schrijven vond ik leuk en in de laatste jaren op school ging ik ook houden van literatuur en het lezen van boeken. Dat kwam vooral door juffrouw Marée, mijn lerares Nederlands.

Ik zat in haar lessen altijd vooraan en genoot als ze voorlas uit de Elckerlijc of de Gijsbrecht van Aemstel. Maar ze bracht ons ook de liefde bij voor Willem Elsschot en voor mijn literatuurscriptie las ik met veel plezier de boeken van Anton Koolhaas.

Jaren later kwam ik juffrouw Marée tegen bij de Universiteit van Utrecht. Ze was inmiddels tachtig jaar en had zich zojuist ingeschreven voor de studie filosofie. Ze was nog net zo energiek en enthousiast als vroeger op school.

Kort daarop werd ik ziek en toen ik na een poos columns begon te schrijven voor het Utrechts Nieuwsblad, ging een keer de telefoon. Het was de juf om te zeggen dat ze zo trots op me was. Ik natuurlijk ook. Maar dan omdat ze mij had gebeld.

Dat deed ze door de jaren heen nog een paar keer, maar zopas lag er een overlijdensbericht in de brievenbus. Juffrouw Marée is bijna 93 jaar geworden en ik ervoer de kaart als een laatste groet. Het was een mooie kaart met magnoliatakken en de volgende, oudhollandse dichtregels:

 

Egidius waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.

 

Ook al kunt u het niet meer lezen, juf, bij deze groet ik u terug.

Advertisements