Archive | September, 2012

Een ritueel

28 Sep

Hoe bijzonder ben je eigenlijk? In de ogen van je partner en kinderen ben je natuurlijk bijzonder. Ook voor je ouders, in mijn geval alleen nog mijn moeder. Bij broers en zussen heb je doorgaans ook een streepje voor; aan de bloedband is immers nauwelijks te ontkomen, zelfs niet (hoor je wel eens) bij de ergste familieconflicten.

Bij schoonfamilie komt de klad er al een beetje in. Sommigen zie je regelmatig tot af en toe, anderen nooit, of je nou ziek bent of niet. Je bent geen familie van elkaar, dus wat kun je eigenlijk van elkaar verwachten?

Bij vriendschappen ligt het heel anders. Je moet ze verwerven en vervolgens moeite doen om ze in stand te houden. Dat hoort van twee kanten te komen, anders gaat het mis. De één heeft dan al gauw het gevoel niet bijzonder genoeg te zijn voor de ander.

En dat is wat iedereen eigenlijk wil: een speciaal plekje innemen in iemands hart. Een indruk achterlaten, het liefst ook na de dood. Maar oh, hoe betrekkelijk is dit alles! Hoe snel ben je vergeten, zelfs door je ‘beste’ vrienden?

Elke week ga ik bij mijn moeder eten. Een wandeling van twintig minuten, we drinken wat, mam heeft iets lekkers gekookt, we praten (veel over vroeger) of we kijken naar een film. Na een paar genoeglijke uren haalt een hulp me weer op.

Bij het weggaan hoort een ritueel. Mam staat op haar balkon -ze woont zes hoog- en zwaait naar ons. Wij kijken naar boven, de hulp zwaait namens mij terug en hoewel we het nooit hebben uitgesproken, weet ik dat mam en ik elke week hetzelfde denken: ‘Hoe lang nog?’

Zij is tenslotte bijna 84 en heeft niet het eeuwige leven. En ik, nou ja, dat is bekend. Maar één ding staat als een paal boven water: wij zijn bijzonder voor elkaar en dat zal altijd zo blijven, ook als we er niet meer zijn.

Advertisements

Doen als Boeddha?

19 Sep

Boos zijn op de hele wereld is vermoeiend. Niet fijn ook, trouwens. Het heeft zo weinig zin en toch gebeurt het. Al zeggen de mensen: ’Laat het los. Maak je hoofd leeg. Doe als Boeddha.’

Het lukt me niet en ik wíl ook helemaal niet dat het lukt. Laat me in godskelerenaam woedend zijn op alles wat maar gewoon doorgaat, terwijl de speciale muis van mijn computer voortdurend hapert, waardoor ik werkloos voor me uit moet zitten staren.

En boos zijn op de ervoor doorgeleerde techneuten die niet weten hoe het komt. ‘Stuurt u de muis maar op. Dan kan de fabriek hem nakijken.’ Alsof ik dat hulpstuk ook maar één dag kan missen, laat staan een paar maanden, wat doorgaans staat voor zo’n reparatie in de flitsende zorgbranche.

Boos op de economische crisis die maakt, dat wij ons tegenwoordig nog geen concertkaartje kunnen veroorloven, om maar te zwijgen van een beetje aardige vakantie. ‘Volgend jaar beter’, zegt de onnadenkende bezoeker.

Als er voor mij al een volgend jaar is, dan kan ik een door mij zo geliefd oude muziekoptreden niet meer bijwonen, omdat je die verstilde, intieme sfeer nou eenmaal niet kunt verstoren met een hijgend beademingsapparaat.

Boos op die leeftijdsgenoten in hun kekke, elegante jurkjes op het feest dit weekend, die elkaar hun carrières en andere interessante wetenswaardigheden vertellen, terwijl ik niet uit mijn woorden kom en bovendien niks te melden heb.

Boos vooral op die verdomde ziekte die mijn ademhalingsspieren dusdanig heeft aangetast, dat ik zomaar stik benauwd kan worden, wat van de week leidde tot een gang per ambulance naar het ziekenhuis.

Ik kwam met de schrik vrij dit keer. Maar het was wel een akelige ervaring en met de wetenschap, dat het vaker kan gebeuren. Als de benauwdheid dan aanhoudt, wat dan? Alles loslaten, het hoofd leegmaken en doen als Boeddha?

Blijmoedigheid en enthousiasme

12 Sep

Ze zijn allemaal enthousiast, hartelijk en blijmoedig. De mannen hebben allen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt; de vrouwen zijn er van jong tot oud. Vanaf de eerste minuut steken ze energiek de handen uit de mouwen.
De rolstoelbusjes komen voorrijden en de Rode Kruisvrijwilligers helpen de gasten naar hun kamers. Daarna krijgen ze koffie of thee in de huiskamer van zorghotel IJselvliedt, een mooi landhuis in Wezep. Eén van de gasten ben ik.
‘Dat nooit ‘, heb ik altijd geroepen. ‘Aansluiten in een lange, treurige rij rolstoelen, dat doe ik niet.‘ Maar door omstandigheden was ik de hele zomer thuis en toen Joop, één van mijn hulpen, aanbood om mij in dit hotel vrijwillig een week te verzorgen, kon ik niet weigeren.
Hij was er zelf met zijn partner een week vrijwilliger en zodoende zat ik maandagmiddag om half zes in de eetzaal met 25 lichamelijk gehandicapten en hun helpers aan de bloemkool met aardappelen en slavink. Daags erna roerde een keukenmedewerker in een grote pan elleboogjesmacaroni met gehaktsaus.
Dinsdagavond zong een mannenkoor Nederlandstalige liedjes en woensdag werd mijn rolstoel stevig vastgesnoerd in de bus om een bezoek te brengen aan Paleis Het Loo. Het baart opzien, zo’n groep voortgeduwden, maar ach, het paleis was mooi en de tuin een sprookje.
En weet je, als je zo hulpbehoevend en kwetsbaar bent geworden als ik, dan vaar je wel bij een overzichtelijke en zekerheid biedende omgeving. Krijg ik op tijd mijn eten (en glas witte wijn) en leggen ze me goed in bed?
De groep Rode Kruisvrijwilligers heeft duidelijke taken. Je hebt de keukenploeg, de verpleegkundigen en de transportdienst. Drie rolstoelbusjes rijden af en aan naar allerlei activiteiten. De verzorgenden verrichten alle dagelijkse handelingen.
En allemaal doen ze dat met een blijmoedigheid en enthousiasme, waarvan ik door het moeizame bestaan thuis haast niet meer wist, dat het nog bestond. Alleen al daarom is deze onverwachte week vakantie meer dan welkom!