Archive | November, 2012

Lieve lezers,

28 Nov

Afgelopen vrijdag heb ik een lintje mogen ontvangen. Ik was totaal perplex.
Op zaterdag stond het volgende artikel in het AD:

Lintje voor Loes Claerhoudt

UTRECHT – Bijna dertien jaar geleden kreeg Loes Claerhoudt (55) te horen dat ze leed aan de ongeneeslijke spierziekte ALS. Toen nog een onbekende ziekte met een levensverwachting van 2,5 jaar. Loes is een van de uitzonderingen die de verschrikkelijke regel bevestigen. Ze leeft. En hoe.
Vierhonderd columns over haar leven met ALS heeft ze inmiddels voor het AD gemaakt. En nooit een keer verzuimd.
“Alsof de zwaartekracht niet bestaat,” zei Aleid Wolfsen in een ontroerende toespraak bij haar benoeming tot lid in de Orde van Oranje-Nassau.
Haar reactie: “Ik ben sprakeloos.”
(Bron: AD 24-11-12)

Hier zie je mij, net nadat ik het lintje heb gekregen. Links burgemeester Wolfsen, daarnaast Harry, Jan en Kees.

Advertisements

Echt Utrecht

24 Nov

Zomaar een fragment uit een van mijn dagboeken en een kort stukje Utrechtse geschiedenis.

21 maart 1974
‘Het was zo’n goddelijk weer vandaagx85 Alle mensen waren blij, ik zong op mijn fiets hardop. Ik lachte en wandelde na school in de polder. Met Yorik. hond van S. Ik kwam ons buurmeisje W tegen en samen wandelden we.’

Met de polder bedoelde ik destijds de Johannapolder, waar ik wilde munt en kamille plukte, die ik droogde om er thee van te zetten. De polder begon aan het eind van de Rembrandtkade, achter het oude, toen nog volop in gebruik zijnde Sint Antoniusziekenhuis. Bij ons om de hoek, dus. Een paar jaar later moest dat prachtige stuk natuur plaatsmaken voor de wijk Rijnsweerd.

Begin zeventiger jaren ging ik nogal eens op zaterdagavond naar de mis in de kapel van het Antonius. De dienst was kort en dan was je er de rest van het weekend weer vanaf.
Het ziekenhuis sloot in 1983 zijn Utrechtse deuren en tegenwoordig zitten er appartementen in het oude gebouw. Ook staat op het terrein revalidatiecentrum De Hoogstraat, waar ik meerdere behandelingen in verband met mijn ziekte krijg en tot voor kort wekelijks zwom.

Eind jaren zestig was er sprake van dat het oostelijke deel van de Rembrandtkade zou moeten wijken voor een uitvalsweg, die in verbinding zou staan met een snelweg. Huizen die moesten worden afgebroken waren al onteigend. Dit alles had tot gevolg dat de waarde van de huizen in die omgeving kelderde. In 1969 konden mijn ouders daardoor een statig herenhuis aan de Stadhouderslaan kopen voor een schappelijk bedrag. En die nieuwe weg ging uiteindelijk niet door! Ik heb daar vervolgens een heerlijke jeugd gehad.

Een redelijk compromis

12 Nov

Komt er iemand op bezoek en dan heb ik de beademing aan. Dat betekent dat ik een kunststof kussentje in mijn neus heb, dat op zijn plaats wordt gehouden door zwarte riempjes op mijn hoofd. Een soort stofzuigertje staat naast me te brommen en blaast lucht naar binnen door de geribbelde slang, die voor mijn gezicht langs naar mijn neus loopt.

Het ziet er niet uit, al zegt niemand dat tegen me, natuurlijk. De eerste keer dat ik iemand met zo’n masker op zag, kan ik me nog goed herinneren. Gerard had ook ALS en kwam in die laatste periode niet meer buiten. Dat kon ik me levendig voorstellen met zo’n toestand op je hoofd.

“Als ik er zó bij zit, dan hoeft het niet meer voor mij”, dacht ik toen. Dat weet ik nog heel goed. En nu zít er zo bij, al kan ik nog wel een paar uur zonder apparaat de deur uit. En hoe beperkend en afstotend die beademing ook is, ik ben toch ook nog gewoon blij met de overwinning van Obama.

Ik ben er niet voor opgebleven, maar ’s nachts staat Radio 1 altijd zachtjes aan en word ik steevast een paar keer wakker. Flarden van het verkiezingscircus en van de euforische toespraak van Obama drongen vaag mijn brein binnen.

En ik betreur het, dat de positieve aftrap van het kabinet Rutte II zo’n knauw heeft gekregen. Laten we nou met zijn allen nog eens bekijken, hoe we al die kosten kunnen beheersen en eerlijk verdelen.

Die goedgebekte PvdA- en VVD-achterbanners moeten in dit nog altijd rijke land samen met
uitkeringstrekkers, chronisch zieken, gehandicapten, ouderen en bijstandsmoeders toch tot een redelijk compromis kunnen komen?

Zolang ik me nog druk maak over allerlei zaken, (ja, man en kinderen, ook over jullie!), is er eigenlijk weinig met me aan de hand. Maar wel met een beademingsmasker opx85

‘Wát een práchtige cápe!’

6 Nov

Het was een goed weekend. Twee dagen achter elkaar kon ik zonder beademing uren de deur uit om leuke dingen te doen. Terwijl er tegenwoordig bijna geen dag meer voorbij gaat, zonder dat ik aan het apparaat zit. Tot voor een paar maanden had ik dat alleen ’s nachts nodig.
Zo’n apparaat werkt beperkend, want met een masker op je gezicht ga je niet een museum bezoeken of op een terras in de stad zitten. Ik niet althans, al denk ik daar later misschien weer anders over. Met een ziekte als die ik heb, verleg je immers voortdurend je grenzen.

Zaterdag was ik met vriendin Anne op stap. Eerst naar de stad en daarna bij haar eten. Op de bloemenmarkt kwam ze een bekende tegen, die vroeg of Anne met haar moeder op pad was. Anne en ik zijn even oud…
Dat was de tweede keer in één maand, dat iemand die botte, stupide opmerking maakte. Onachtzaam en onnozel, daar komt het op neer. Maar het geeft ook aan hoe oninteressant het kennelijk is om iemand in een rolstoel goed te bekijken. ‘Het zal d’r oude, kreupele moeder wel zijn.’
Dan heb ik nog liever de verkoopster, die zich vriendelijk over me boog en me aansprak alsof ik ze niet meer allemaal op een rijtje had. ‘Wát hééft u een práchtige cápe aan!‘ (Een handig kledingstuk, maar al twaalf jaar oud en met gebruikssporen). Ik blijf me verbazen.
De wollen trui die ik bij de verkoopster zag, wilde ik heel graag hebben. Zo’n trui zocht ik al lang en ik kan er deze winter nog volop van genieten. Verder vooruit kijk ik niet meer. Wat dat betreft bén ik natuurlijk ook stokoud. Dank je wel dat je me die trui cadeau gaf, Anne. En laten we de volgende keer gewoon zeggen dat ik je oma ben.