Archive | March, 2013

Het creëren van iets

30 Mar

Sinds ik griep had in december en daardoor zo  vreselijk benauwd was, heb ik het gevoel in de extra tijd te leven. ‘Voor hetzelfde geld had ik dit niet meer meegemaakt‘, zeg ik tegenwoordig regelmatig tegen mezelf.

Maar lééf ik eigenlijk nog wel of is het overleven, wat ik doe? Profiteer ik wel genoeg van de tijd die me nog is gegeven, of neemt mijn ziekte me in zijn kielzog van aftakeling en zorgen met zich mee?

Wakker worden in de wetenschap dat ik er anderhalf uur over ga doen om vanuit mijn bed in mijn rolstoel beneden te belanden, maakt dat ik op voorhand al moe ben. Eerst maar ontbijt en koffie op bed, dan.

Medicijnen, katheterperikelen, uit bed tillen, onder de douche rijden, aankleden, alles door andermans handen gedaan. Moe worden van de fysieke inspanning, zonder beademing erbij, dat is tegenwoordig afzien. Overleven, dus.

Dan begint de werkdag, die bestaat uit het regelen van allerlei huishoudelijke en organisatorische zaken, contact onderhouden met mijn gezinsleden en andere mensen die ik graag wil zien en daarnaast pogingen doen om te schrijven.

Denk-, praat- en schrijfwerk doe ik allemaal zelf. Niemand bij nodig! Dat is mijn Leven, bestaande uit het schrijven van columns en werken aan mijn boek. Het creëren van iets, wat is dat toch heerlijk om te doen!

En dan maar hopen dat er niet te veel ruis op de lijn komt. Een ruzie in huis, niet opgeruimde rotzooi, een leuk feest dat aan mijn neus voorbij gaat; al snel ben ik uit het veld geslagen. Geërgerd, boos, verdrietig; overleven om het hoofd boven water te houden.

Stom! Niet doen! Zonde! Want er blijft al zo weinig tijd om te Leven over. Leven met een hoofdletter betekent dat je de dag plukt, neemt zoals hij is en blij bent met wat je krijgt. Zeker in de extra tijd.

Advertisements

Natte papieren

15 Mar

Een scheefgezakte dakpan was de boosdoener. Daardoor was het gaan lekken in de oude kamer van Jan, die je tegenwoordig gerust rommelkamer kunt noemen. Ieder van ons stalt er spullen die in de weg staan, maar niét weg mogen.

Het regenwater was gaan druppelen in de verzameling voetbalspullen van Jan. Shirts uit allerlei landen, meegenomen van diverse reizen. Oude voetbaloutfits van hemzelf, maar ook gedragen shirts, schoenen en keepershandschoenen van profvoetballers. Er zijn zelfs scheenbeschermers bij van Arjen Robben.

Alles was nat geworden, aan elkaar geplakt en doorgelopen (ook originele handtekeningen!). Een klein drama dus, waarbij je meeleeft met het slachtoffer en je je afvraagt waarom hem dat nou moet overkomen. En toen kwam iemand naar beneden met een plastic krat met oude brieven en ansichtkaarten van mij uit de jaren zestig en zeventig.

Er stond een decimeter water in het krat en nu was Jan met mij begaan. Ruim veertig jaar bewaar je oude correspondentie en dan gebeurt dit. . . Jan haalde de brieven uit de enveloppen en spreidde alles uit om te drogen. De hele benedenverdieping lag bezaaid met natte papieren.

Maar het was opmerkelijk hoe goed de meeste inkt het had gehouden. Zo waren de tientallen brieven van penvriendin Ghislaine uit Eindhoven nog uitstekend leesbaar. Begin jaren zeventig schreven we elkaar wekelijks drie keer en uit háár brieven lees je ook veel over mij.

‘Eindhoven, 21 maart 1972. Ha weerspannig Loesje. Had je weer ruzie met de Duitse leraar? En hoe is het nou met Hans en Kees?‘ (Jongens uit de klas op wie ik verliefd was.)

Ook zijn er brieven op lichtblauw postpapier van mijn toen tienjarige nichtje Sonja uit Roosendaal. Op 18 oktober 1971 schreef ze :

Beste Loes,

Hoe gaat het met jou? En met je hamster?

Thuis ook alles goed? Bij mij thuis wel hoor.

En met mezelf ook.

Er zou geen wereldliteratuur aan verloren zijn gegaan, maar toch ben ik blij dat Jan me heeft geholpen. De schrijfsters krijgen hun brieven terug. Alleen kan ik Ghislaine van de Velden niet meer vinden.