Archive | April, 2013

Een malle mededeling

28 Apr

Van de week stond ik in een winkelstraat op mijn begeleider te wachten, die even ergens naar binnen was voor een boodschap. Op een afstandje van anderhalve meter keek een vrouw naar me. Nou komt dat vaker voor, vermoedelijk vanwege de rolstoel of doordat iemand me herkent uit de krant.

Dan komt zo iemand vaak enigszins beschroomd naar me toe met de vraag, of ik ‘misschien,  toevallig die mevrouw ben van de stukjes, want u lijkt wel op de foto en ik lees ze al jaren. Leuk om u nou eens in het echt te zien!’

Ik vind het altijd heel plezierig om zó te worden aangesproken. Net als de positieve en opbeurende  e-mails die ik nogal eens krijg, geeft dat je de erkenning die iedereen nodig heeft. De benoeming tot Utrechter van het Jaar 2012 was natuurlijk het hoogtepunt in mijn carrière.

Ik zat min of meer te wachten tot de vrouw die mij gade stond te slaan, naar me toe zou komen met woorden van dien aard, maar ze bleef staan en opeens hoorde ik: ’Je moet je bakkebaarden laten bijknippen, kind.‘ Toen liep ze door.

Zo’n malle mededeling kun je met de beste wil van de wereld niet verzinnen. Terwijl ik toch wel fantasie heb. Zo kan ik me bijvoorbeeld best inbeelden dat ik bij de kroning van prins Willem Alexander zou zijn.

Dat ik dan als Utrechter van het Jaar, natuurlijk met mijn lintje opgespeld, de kersverse koning een handje mocht geven. Al kán ik helemaal geen handen meer schudden, maar daar zou Willem Alexander wel raad op weten. Wat zou dat mooi zijn!

‘Oh’, kon ik alleen maar uitbrengen. Daarna moesten mijn hulp en ik erg lachen. Maar toen we naar huis liepen, zag ik mezelf in een spiegelende ruit. ‘Ze heeft gelijk. Ik moet nodig naar de kapper‘, moest ik toegeven.

Advertisements

Gastvrijheid

14 Apr

Uit eten gaan doe ik nog steeds met genoegen. Een paar uur zonder beademing gaat nog prima en in aangenaam gezelschap een vorkje prikken is geen straf. De ander hanteert uiteraard mijn vork om mij eten te geven en ik ben dat na al die jaren zó gewend, dat ik soms verbaasd opkijk, als nieuwsgierige blikken zich op me richten.

Gastvrijheid, ook voor rolstoelers, is daarbij natuurlijk wel belangrijk. De mensen van een paar restaurants in de buurt kennen me en maken altijd een ruime plek voor me vrij.  Ook knippen ze uit eigen initiatief een rietje op maat, zodat het beter past in mijn wijnglas. Dan voel je je echt welkom!

Vorige week was dat een keer heel anders. De deur van een restaurant waar ik nog niet eerder was geweest, viel steeds dicht en daardoor was het lastig voor de vriend die me begeleidde om mij met mijn rolstoel binnen te krijgen. Het meisje van de bediening moest hem dus voor ons openhouden. Toen de drempel voor de rolstoel ook nog net iets te hoog bleek en wij het meisje nogmaals om hulp vroegen, zei ze met een verveelde zucht dat ze niet én de deur open kon houden én ons over de drempel kon helpen. Dat was echt te veel voor haar.

Daarop zeiden wij (te) vriendelijk, dat we dan wel op zoek zouden gaan naar een ander restaurant. Dat vond het kind ook prima, waarna ze de deur achter ons sloot. Het was vast net uit met haar vriendje of ze had ruzie met haar baas. Het kan ook zijn, dat haar horecabaantje niet zo paste bij haar ambitieniveau. ‘Ik werk dan wel in een restaurant, maar eigenlijk studeer ik rechten’. Zoiets.

In een ander eethuis hadden we vervolgens een gezellige avond. Behalve dan dat om zeven uur het licht plotseling bijna helemaal uitging. Om de menukaart te kunnen lezen moesten we onszelf bijlichten met een zaklantaarntje dat we toevallig bij ons hadden.

Het vriendelijke meisje van de bediening kon het licht niet voor ons hoger zetten, al had ze dat met plezier willen doen. Avondsfeerverlichting, van hogerhand en automatisch zo geregeld. Op de tast hebben we de maaltijd genuttigd en struikelend vonden we de uitgang, waar het meisje overigens behulpzaam de deur voor ons openhield.