Archive | June, 2013

Een doos met herinneringen

21 Jun

Mijn huisgenoten wenden doorgaans het hoofd af, terwijl ik juist naar het onderwerp op televisie word toegezogen. Programma’s, maar ook artikelen en boeken over ziekte en dood, ik kan er geen genoeg van krijgen.

Hoe gaan andere mensen om met een naderend einde? Hoe nemen ze afscheid van hun dierbaren? Wat gaat er in hun hoofden om? Hoe doen ze dat, doodgaan? Is er veel herkenbaars? Wat kan ik dus van anderen leren?

‘Liefde voor later’ is een nieuwe televisieserie, waarin de vader of moeder van een gezin met veelal jonge kinderen ongeneeslijk ziek is. De zieke vult een doos met herinneringen, opdat de kinderen zich later hun overleden ouder weer voor de geest kunnen halen.

Grote indruk maakte Afiena op me. Begrijpen en aanvaarden dat ze als 38-jarige moeder van vier heel jonge kinderen moest sterven, kon ze niet. Maar de blijheid die ze ondanks alles uitstraalde met de vele mooie momenten in haar zieke leven, was buitengewoon opbeurend.

“Ik kan zó gelukkig zijn met wat ik allemaal heb. Wil er dan niemand met me ruilen?“  Nee, dat wilde niemand, begreep ze ook wel. “En ik hoef  straks nooit meer naar de tandarts! “ Een luchtige opmerking, maar een waarheid als een koe.

Ik leef nu alweer een paar jaar in de nabijheid van de dood. Zijn aanwezigheid is voelbaar, zij het nog op enige afstand. Vanuit een hoek van de kamer loert hij naar me. Gelukkig hebben we een ruim huis en ik kan het onheil heel goed negeren. Maar een kleine kriebelhoest of verslikking maakt, dat de dood ineens vlak naast me staat. Dat went trouwens.

Je kunt omgaan met ziek zijn en doodgaan een professie noemen. Een deskundigheid, die je je door middel van studie en oefening kunt aanleren. Inmiddels ben ik al een paar jaar in opleiding. Afiena kreeg die tijd niet, maar zij was een natuurtalent.

Advertisements

Het creëren van schoonheid en harmonie

7 Jun

Kakiemon is het Delfts blauw van Japan. Maar dan op zijn Japans. Tot in de perfectie vervaardigd porselein, dat al veertien generaties lang volgens dezelfde traditie wordt gemaakt. De beschildering bestaat uit heel verfijnde afbeeldingen van bloemen, planten en vogels in rood, blauw en groen.

Het huis Kakiemon kwam in de zeventiende eeuw tot bloei. Schepen van de Verenigde Oost-Indische  Compagnie brachten het keramiek naar Nederland; hier was tenslotte geld genoeg. Overigens: één enkel theekommetje kost tegenwoordig zo’n honderd euro.

Ambachtslieden komen jong in het atelier en mogen zich pas na dertig jaar opleiding volleerd Kakiemon–meester noemen. Hoe weet ik dit allemaal? Dankzij een documentaire die ik vorige week op tv zag.

Ik ben dol op documentaires. Zowel op radio als televisie, maar ook non-fictie boeken lees ik graag. Zelf een boek lezen lukt me trouwens niet meer. Mijn vriendin Hilde leest me gelukkig tenminste één keer per week voor. De engel.

In de documentaire zag je de eigenaar en patroon van het huis Kakiemon. Een man op leeftijd, die zijn 44-jarige zoon opleidde tot zijn opvolger. Dat ging nog wel een jaar of tien duren. Diens zoon van net een jaar was voorbestemd om als zestiende telg in de dynastie de traditie voort te zetten.

Het schrijven van columns is eveneens een ambacht. Na tien jaar heb ik de kunst aardig onder de knie, denk ik. Of moet ik eerst nog twintig jaar oefenen, voordat ik mezelf echt columnist mag noemen?

Bij het schrijven van mijn beschouwingen en overpeinzingen streef ik altijd naar het creëren van schoonheid en harmonie. Perfectie is dan weer een te grote ambitie. Daarvoor heb ik onder ons gezegd te weinig geduld.

Na een paar uur sleutelen ben ik meestal wel tevreden over mijn 310 woorden. Maar ik geef toe: van de ruim 430 columns die ik tot nu toe schreef, hadden er misschien vijf het Kakiemon-niveau.