Archive | July, 2013

Afrikaanse lelies

19 Jul

Natuurlijk had ik ook graag een rondreis door Vietnam gemaakt. Of was drie weken door Sicilië getrokken. En in Portugal ben ik ook nog nooit geweest. Toen ik mobieler was, heb ik een hoop gezien van de wereld. Maar deze zomer zit ik in mijn tuin en denk daar met veel plezier aan terug.

Ik heb de puf niet meer voor lange trips en bovendien is reizen met een handicap ingewikkeld. Het is een beetje op met de energie. Levend in de extra tijd hoef ik ook niet meer zo nodig.

En gelukkig is het mooi weer! Té mooi eigenlijk, zodat ik alleen ’s morgens en ’s avonds in de tuin kan zitten. Op het heetst van de dag zit ik rustig in voorkamer, waar het betrekkelijk koel is. En van de tuin geniet ik met volle teugen.

Voor mijn verjaardag kreeg ik een witte en een blauwe Agapanthus. Ze worden ook wel Afrikaanse lelies genoemd. Afrika, toch een beetje buitenland! De rozen lopen onderhand op hun eind . Deze uit China en de landen rondom de Middellandse-Zee afkomstige planten hebben het uitstekend gedaan.

Zes Hortensia’s, oorspronkelijk van de Azoren, bloeien uitbundig blauw, roze, rood en wit. De knalrode Montbretia (Zuid-Afrika!) staat op springen. Verbena, Hosta, Lavendel, Lavatera. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Toen mijn tante Ans, ze is inmiddels overleden, tegen de tachtig liep, zei ze dat ze niet meer zo nodig op vakantie hoefde. ‘Ik kijk graag naar reisprogramma’s op de televisie. Daar steek ik veel van op en vaak is het dan net, of ik er zelf ben geweest.’

Indertijd begreep ik niks van mijn tantes gedachtegang. Het buitenland moet je toch beleven. Ruiken, proeven, voelen. Vreemde talen horen, andere gewoontes zien. Natuurlijk is dat zo. Daarom ging ik zo graag op reis. Maar, zo zittend in mijn tuin, begrijp ik tante Ans toch steeds beter.

Advertisements

Het neuzenritueel

5 Jul

“Dat had ik me als kind toch anders voorgesteld”, verzuchtte één van mijn hulpen van de week, bij het mij naar bed helpen. Ze is vierentwintig jaar jong, mooi en pas afgestudeerd. “Ik had gedacht dat ik nu wel een baan zou hebben gehad en een vriendje en een huis.”

En direct daarna: “Wil je het hele zalfgebeuren?” Door het urenlang stilzitten in mijn rolstoel gaan de plooien van mijn broek knellen en zit de binnenkant van mijn bovenbenen altijd onder de striemen, die verschrikkelijk jeuken. Ik zou wel eindeloos willen krabben. . .

Terwijl ze mijn benen insmeerde, bemoederde  ik haar, dat ze nog een leven vóór zich had en dat de wereld aan haar voeten lag. “Je bent nog zo jong. Ja, wrijf maar wat steviger; mijn benen jeuken als een gek!”

Daarna volgde het neuzenritueel. Vóórdat het beademingsmasker op gaat, moet mijn neus goed droog zijn. Anders gaat het kunststof neuskussentje lekken en dan kan ik niet ontspannen televisie kijken, laat staan slapen.

Een secuur werkje, dat bestaat uit snuiten, draaien, deppen en knijpen. “Op mijn vierentwintigste kon ik ook niet bedenken, dat deze woorden ooit tot mijn dagelijkse vocabulaire zouden horen”, zei ik tegen de hulp.

Het leven is nou eenmaal niet maakbaar en buitengewoon onvoorspelbaar. Zo ongeveer het enige dat je zeker weet, is wanneer je jarig bent, maar je weet nooit of je het nog wórdt. Toen mijn broer nét kon lezen, pikte hij een zinnetje op uit de krant.

‘Op 30 april aanstaande hoopt Koningin Juliana haar verjaardag te vieren.’ Mijn broer, die niet graag naar school ging, was helemaal ontdaan omdat hij zich een vrije dag door de neus geboord zag. “Hóópt te vieren. Misschien doet ze het wel helemaal niet. . .”

Trouwens, aanstaande zondag hoop ik mijn 56ste verjaardag te vieren!