Archive | March, 2015

Wat dit lichaam aankan!

27 Mar

De chirurg was dik tevreden toen ik na twee weken op controle kwam. De wond was goed genezen en ik heb helemaal geen pijn meer aan mijn heup, die gebroken was en waar nu een pin in zit van wel veertig centimeter.

Met mijn fysiotherapeut heb ik alweer een paar keer gestaan. Zonder pijn. Het is wonderbaarlijk wat dit lichaam aankan! Ik ben zelf nog het meest verbaasd over mijn eigen veerkracht. Maar tevens realiseer ik me dat ik alles te danken heb aan mijn hulpen.

Zonder hen was mijn verblijf in het ziekenhuis vrijwel onmogelijk geweest. De verpleegkundigen konden me met al hun inzet nu eenmaal toch niet de zorg bieden die een volledig verlamde patiënt nodig heeft.

Elke dag om acht uur ’s morgens was één van mijn toegewijde PGB –zorgverleners present in het Diakonessenhuis om me mijn ontbijt te geven, het woord te voeren tijdens de doktersvisite en te assisteren bij het wassen en aankleden.

De hele dag was iemand ‘mijn handen en voeten’ en toen er sprake was van ontslag en opname in een verpleeghuis, fronste iedereen dan ook de wenkbrauwen. Mijn PGB zou terstond worden stopgezet en ik zou zijn overgeleverd aan volkomen vreemden in een onbekende omgeving.

Van dat vooruitzicht werd ik zó treurig, dat Harry en de zorgcoördinator van het ziekenhuis plus een delegatie zorgverleners de handen ineen sloegen om te bewerkstelligen dat ik gewoon naar huis kon.

Er kwamen een tillift en een hoog/laagbed in de woonkamer, een halve apotheek om mijn wond te verzorgen, medicijnlijsten en een aangepast schema, want de eerste periode moest ik door twee mensen worden geholpen.

Onvermoeibaar pakten deze geweldige hulpen hun werk op. En zo positief en optimistisch; daar kon ik nog wat van leren. Blij met elke kleine stap en vast van plan om mij er doorheen te slepen. Zonder hen was het me nooit gelukt!

Advertisements

‘Oewai!’

6 Mar

Het was een mooie tentoonstelling in het Singer Museum in Laren. Dat uitstapje met mijn broer en schoonzus wilde ik mezelf niet ontzeggen, ondanks mijn ongelukkige val van die ochtend. En toen ik eenmaal in mijn stoel zat, ging het eigenlijk wel weer.

Maar wat had mijn linker heup zeer gedaan, toen Harry, Kees en de hulp me optilden van de overloop en op het trapliftstoeltje zetten en onderaan de trap in mijn rolstoel. ’s Avonds was de pijn nog erger, dus toen voelde ik nattigheid.

Een gebroken heup kun je ook niet opereren, maar dan had ik de rest van mijn leven op bed moeten doorbrengen. Dan maar het risico dat de plaatselijke narcose naar boven zou kruipen, wat gevaarlijk zou zijn voor mijn ademhaling.

Mijn mannen hebben die woensdag een paar angstige uren doorgemaakt en ze waren erg opgelucht, toen ik na ruim drie uur van de uitslaapkamer kwam. De breuk bleek gecompliceerder dan verwacht. Het was maar goed dat ik niks voelde! Zo’n verdoving doet gelukkig wonderen, maar om nou te zeggen dat ik de operatie ontspannen onderging. . .

Daarna begon het herstel, zonder alle aanpassingen en communicatiemiddelen van thuis. Al snel voelde ik me gereduceerd tot baby, compleet met babyfoon en wat ze hier netjes een incontinentiematje noemen, maar wat gewoon een luier is. Alleen de speen ontbrak.

Het is als moeilijk verstaanbare lamme lastig om je te handhaven in een setting, waarin niemand je kent. Maar de verpleging en ik werden steeds inventiever. Die babyfoon had ik bijvoorbeeld omdat ik de alarmbel niet kon bedienen. ’s Nachts riep ik: ’Oewai! ‘ en de verpleegkundigen werkten dan een door mij gemaakte vragenlijst af, waarbij ze uitsluitend gesloten vragen stelden. Ik kon volstaan met ja-knikken en nee-schudden.

Alle lof voor de zorg in het Utrechtse Diakonessenhuis en de specialisten, die mij langer lieten blijven tot ik naar huis kon met extra zorg en hulpmiddelen. Harry en de jongens wilden mij namelijk niet naar een verpleeghuis sturen. Godzijdank!