Tag Archives: beademing

We blijven lachen

13 Feb

Harry en ik verheugden ons vorige week maandag op ‘’T Schaep in Mokum’. Daar kijken we altijd samen naar. Ik lig dan in bed en Har zit naast me. We genieten altijd enorm van deze erg leuke serie.

Maar om vijf uur ’s middags kreeg Nederland te horen dat klokslag zeven uur de koningin een toespraak op de televisie zou houden. Over de inhoud was niets bekend, maar de radio stond bol van de berichten over wat er allemaal zou gebeuren als Beatrix ging aftreden.

‘Al die speculaties over aftreden. Misschien gaat ze wel iets heel anders meedelen’, zei ik tegen mijn hulp. ‘Ja, er zijn in de kast nog wat speculaasjes’, was haar antwoord. Met de beademing op ben ik niet altijd even goed te verstaan.

Het Schaep ging niet door, maar een hele avond live-televisie over het koningshuis was ook wel genieten. Improviserende journalisten, oude beelden van koninginnen en prinsen. Entertainment van de bovenste plank.

En het voordeel is, dat we nou een week langer plezier kunnen hebben van die droge Amsterdamse humor en mooie liedjes. Van Cootje de Beer (Pierre Bokma), die na twee bijna–doodervaringen oog in oog staat met overleden Opoe, die regelmatig als engel aan het gezelschap verschijnt. Hij denkt dat hij ter plekke dood blijft en belandt in een zware ‘depressie’.

En van Lucas, die zowel zichzelf als zijn moeder speelt. Marc Marie Huibrechts doet dat meesterlijk en je voelt het wringen tussen de twee generaties zó sterk, dat het bijna pijn doet. Arie en Riek Balk zijn ook steeds erg vermakelijk in hun nuchtere reacties op wéér tegenslag.

Ook zonder ‘t Schaep blijven we gelukkig lachen. Het beademingsmasker bemoeilijkt mijn praten, waardoor ik soms woorden weglaat. Vanavond wees ik met mijn hoofd naar de laptoptafel en zei :’Dichterbij.’ Even later stond er een glaasje wijn naast me.

Een redelijk compromis

12 Nov

Komt er iemand op bezoek en dan heb ik de beademing aan. Dat betekent dat ik een kunststof kussentje in mijn neus heb, dat op zijn plaats wordt gehouden door zwarte riempjes op mijn hoofd. Een soort stofzuigertje staat naast me te brommen en blaast lucht naar binnen door de geribbelde slang, die voor mijn gezicht langs naar mijn neus loopt.

Het ziet er niet uit, al zegt niemand dat tegen me, natuurlijk. De eerste keer dat ik iemand met zo’n masker op zag, kan ik me nog goed herinneren. Gerard had ook ALS en kwam in die laatste periode niet meer buiten. Dat kon ik me levendig voorstellen met zo’n toestand op je hoofd.

“Als ik er zó bij zit, dan hoeft het niet meer voor mij”, dacht ik toen. Dat weet ik nog heel goed. En nu zít er zo bij, al kan ik nog wel een paar uur zonder apparaat de deur uit. En hoe beperkend en afstotend die beademing ook is, ik ben toch ook nog gewoon blij met de overwinning van Obama.

Ik ben er niet voor opgebleven, maar ’s nachts staat Radio 1 altijd zachtjes aan en word ik steevast een paar keer wakker. Flarden van het verkiezingscircus en van de euforische toespraak van Obama drongen vaag mijn brein binnen.

En ik betreur het, dat de positieve aftrap van het kabinet Rutte II zo’n knauw heeft gekregen. Laten we nou met zijn allen nog eens bekijken, hoe we al die kosten kunnen beheersen en eerlijk verdelen.

Die goedgebekte PvdA- en VVD-achterbanners moeten in dit nog altijd rijke land samen met
uitkeringstrekkers, chronisch zieken, gehandicapten, ouderen en bijstandsmoeders toch tot een redelijk compromis kunnen komen?

Zolang ik me nog druk maak over allerlei zaken, (ja, man en kinderen, ook over jullie!), is er eigenlijk weinig met me aan de hand. Maar wel met een beademingsmasker opx85

Op sleeptouw

30 Mar

‘De groene specht’, zeg ik. ‘Wat! Is Jeroen weg?‘ is de reactie. Het lijkt mijn oude spraakcomputer wel. Ik praat gewoon niet meer zo duidelijk. Daar is verder weinig aan te doen. Wel een tikkie vermakelijk natuurlijk, zo’n conversatie.

En zo heb ik wel meer te aanvaarden. Om de dag een beetje door te komen moet ik ’s morgens een poosje aan de beademing blijven liggen. Gevolg is, dat ik nog maar zelden vóór elf uur beneden ben, waardoor afspraken beperkt blijven tot de middag.

’s Avonds ga ik weer bijtijds naar boven en kijk in bed tv. Af en toe heb ik een feestje of een voorstelling, in de schouwburg bijvoorbeeld. Maar wil ik daar bij zijn, dan moet ik in de middag een paar uur naar bed. Anders red ik het niet.

Mijn tijd is dus beperkt in jaren, maar inmiddels ook in uren. Wat is er eigenlijk niet beperkt aan me? Een goed gesprek, laat staan een discussie, is met mij eigenlijk niet meer te voeren. Ik heb te weinig ademkracht om iemand te interrumperen.

Neem daarbij de zoutzak die ik sowieso al jaren ben, lam zittend in mijn rolstoel, en de lust vergaat je. Het is een wonder dat er xfcberhaupt nog familieleden en vrienden zijn, die de moeite nemen om mij op sleeptouw te nemen.

Maar ze zijn er wel! Zij, die zich zonder dat ik daar zelf initiatief voor hoef te nemen, uitnodigen om op stap te gaan. Naar de film, een hapje eten. Nee, ik noem geen namen. Diegenen die ik bedoel, weten wel dat het over hen gaat.

Ik ben ze dankbaar. Ze geven me het gevoel dat ik er nog toe doe. Dat ik geen overbodig leven ben. Dat ik er gewoon mag zijn en niet slechts voor spek en bonen. ‘Hoezo gekke zonen?‘, zou uw antwoord nu zijn.